Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] alias [alias], verzoekster,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de behandeling. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende opschorting van de overdracht.
Op 8 januari 2024 is verzoekster reeds overgedragen aan Frankrijk. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 31 januari 2024, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Nu verzoekster al was overgedragen, ontbrak deze spoed. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opschorting van de overdracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.