ECLI:NL:RBDHA:2024:1446
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens ongegrond beroep
Verzoeker heeft een beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zweden verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 31 januari 2024 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank op 9 februari 2024 uitspraak gedaan over het beroep en dit ongegrond verklaard.
Omdat het beroep ongegrond is verklaard, is een voorlopige voorziening niet langer nodig. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.