ECLI:NL:RBDHA:2024:14416
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening visum wegens onvoldoende onderbouwing sociale en economische binding
Verzoeker uit Marokko heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn visumaanvraag door de minister van Buitenlandse Zaken. Hij wilde van 7 tot en met 21 augustus 2024 naar Nederland komen voor familiebezoek en stelde voldoende sociale en economische binding met Marokko te hebben, waaronder studie, werk als studentcoach en eigendom van een stuk land.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is en besluit zonder zitting. Verzoeker heeft zijn economische binding onvoldoende onderbouwd; er is tegenstrijdige informatie over de aankoop van land en onduidelijkheid over zijn studie-inschrijving. Ook de sociale binding is onvoldoende aangetoond, omdat er geen bewijs is van bijzondere afhankelijkheid of zorgtaken richting familie in Marokko.
Daarnaast is het verblijfsdoel onduidelijk en is de duur van het verblijf inconsistent in de stukken. Er is geen dringende reden voor het bezoek in de beoogde periode. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen spoedeisend belang is en het besluit van de minister niet evident onrechtmatig is, waardoor het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid.