ECLI:NL:RBDHA:2024:14381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag verblijf minderjarige zussen bij oom wegens niet voldoen aan pleegkindvoorwaarden
Eisers, twee minderjarige Syrische zussen, vroegen om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun oom in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor een buitenlands pleegkind, met name omdat niet was aangetoond dat zij in Syrië geen aanvaardbare toekomst hadden en dat hun moeder of andere familieleden niet voor hen konden zorgen.
Eisers voerden aan dat de moeder hen niet kan verzorgen omdat haar echtgenoot hen niet wil opnemen en dat de veiligheidssituatie in Syrië hen ernstig bedreigt. Ook stelden zij dat verweerder ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat de moeder wel in staat is voor hen te zorgen en dat de algemene situatie in Syrië geen reden is om af te wijken van het pleegkinderenbeleid. Daarnaast was er geen sprake van hechte persoonlijke banden met de oom, zodat artikel 8 EVRM Pro niet van toepassing was. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar geen nieuwe relevante feiten bevatte.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.