Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
althans een scherp en/of punt voorwerp in de borst en/of de zij, althans het lichaam, te steken;
Rechtbank Den Haag
Op 25 augustus 2021 ontstond een ruzie in Den Haag tussen de zoons van de aangever en de verdachte met zijn gezin, die uitmondde in een vechtpartij. De aangever verklaarde later dat hij door verdachte met een mes in de borst was gestoken, terwijl verdachte ontkende en stelde dat hij werd aangevallen door een groep met wapens.
De rechtbank heeft diverse verklaringen en getuigenverklaringen onderzocht. Hoewel sommige getuigen de verklaring van de aangever deels ondersteunen, ontbreekt objectief bewijs zoals forensisch onderzoek van het mes en medische details die de toedracht bevestigen. Tegelijkertijd is er bewijs dat de aangever met een groep agressief op de verdachte afkwam.
Gezien de tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van overtuigend bewijs kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de steek heeft toegebracht. Daarom wordt verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot doodslag.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar aangezien verdachte is vrijgesproken, verklaart de rechtbank deze vordering niet-ontvankelijk en veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot doodslag wegens onvoldoende bewijs.