Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Migratie en Asiel, de minister (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd op 24 juli 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De minister legde deze maatregel op vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Bulgarije en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser stelde dat een lichter middel volstond, zoals een meldplicht, maar betwistte de zware en lichte gronden niet.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet toereikend was. Eiser verbleef in een AZC sinds april 2023 en had een overdrachtsbesluit, maar was niet verschenen bij een geplande overdracht in juli 2024. Het belang van de minister woog zwaarder dan dat van eiser. De bewaring werd op 7 augustus 2024 opgeheven vanwege overdracht naar Bulgarije.
De rechtbank toetste ambtshalve of de bewaring onrechtmatig was geweest en concludeerde dat dit niet het geval was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.