ECLI:NL:RBDHA:2024:14287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling COA in proceskosten na intrekking beroep wegens alsnog verlenen opvang
Verzoekster diende op 4 februari 2022 beroep in tegen het niet verlenen van opvang door het COA en vroeg tevens een voorlopige voorziening. Aanvankelijk werden digitale procedures gevoerd, maar later werden papieren dossiers aangelegd. Verzoekster trok haar beroep op 14 mei 2022 in, omdat het COA alsnog bereid was opvang te verlenen.
De rechtbank oordeelt dat het COA ten onrechte aannam dat verzoekster beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor studiedoeleinden. Verzoekster had op 6 en 29 januari 2022 opvang gevraagd, terwijl haar mvv op dat moment niet meer geldig was. Desondanks werd opvang op 30 januari 2022 geweigerd.
Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten als het tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. De rechtbank veroordeelt het COA daarom tot betaling van € 437,50 aan proceskosten, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 5 september 2024 door rechter J.F.I. Sinack en griffier A.S.J.I. Hendrickx, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het COA wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.