Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 6 april 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Nederland werd op 24 november 2023 verantwoordelijk voor de behandeling van deze aanvraag, waarna de beslistermijn van maximaal zes maanden inging. Eiser stelde de minister op 11 juni 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 4 juli 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Vreemdelingenwet de minister binnen zes maanden moet beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van vreemdelingen. Omdat de beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling en het beroep, is het beroep prematuur ingediend en voldoet het niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen – Telman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.