ECLI:NL:RBDHA:2024:14171

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 september 2024
Publicatiedatum
5 september 2024
Zaaknummer
NL24.2001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij ambtshalve weigering uitstel van vertrek

Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening in verband met de ambtshalve weigering van de minister om uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het bestreden besluit betreft een ambtshalve besluit van 6 september 2022, aangevuld op 21 september 2022, dat bij bezwaar op 17 januari 2024 is gehandhaafd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 16 juli 2024 behandeld, gelijktijdig met het hoofdberoep. Op de datum van deze uitspraak, 5 september 2024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het hoofdberoep (zaaknummer NL24.2000), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor toekenning van proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en griffier M.J.C. ten Hoopen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2001

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R. Roelofsen),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,
(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes-de Jonge).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de ambtshalve weigering om verzoekster uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te verlenen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 17 januari 2024 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij het ambtshalve besluit van 6 september 2022, aangevuld op 21 september 2022, gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. [2]
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 juli 2024 op zitting behandeld, samen met het beroep. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.2000, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
2.NL24.2000