ECLI:NL:RBDHA:2024:14044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit houdende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op basis van de Dublinverordening, waarbij Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen en een verzoek tot terugname is gedaan en geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast omdat Duitsland zich niet houdt aan internationale richtlijnen en de opvangcondities zodanig slecht zijn dat sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele en ernstige tekortkomingen die een uitzonderingsgrond vormen.
Daarnaast stelde eiser dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar mogelijke onmenselijke behandeling bij overdracht. De rechtbank stelt dat de minister terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de aangevoerde bewijzen en rapporten onvoldoende zijn om dit te weerleggen.
Ook het beroep op onevenredige hardheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening wordt verworpen. De minister heeft dit gemotiveerd afgewezen en de rechtbank ziet geen reden dit oordeel te herzien.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.