ECLI:NL:RBDHA:2024:14043
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verwijzing
Verzoeker, een Iraanse asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Tsjechië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak had gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is definitief, er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.