Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Alle aangevers hebben verklaard dat de afgesproken leensommen niet betaald zijn. Uit de stukken blijkt verder dat het verdachte was die er bij de drie (rechts-)personen op aandrong sommen geld over te maken. De rechtbank is ook ten aanzien van deze feiten van oordeel dat de verdachte moet hebben geweten dat de aangevers werden opgelicht, nu hij zich heeft voorgedaan als een tussenpersoon van drie verschillende banken in opdracht van telkens dezelfde opdrachtgever en een deel van het geld zelf mocht houden, hetgeen volstrekt in strijd is met de normale gang van zaken.
rekeningte noemen waar het geld naar moet worden overgemaakt en
geldbedragvan in totaal €1.630,-, door
[bank 1]en
[bank 1]afkomstig mailadres die [naam 4] mede te delen dat zijn lening is goedgekeurd en die [naam 4] te vragen om betaling van een geldbedrag van €455,- voor kosten en
schijnbaarafkomstig van [bank 3] een lening aan [bedrijf 5] en/of die [naam 5] aan te bieden en
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
.
7.De vordering van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen
- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam 4] tot een bedrag van € 1630,- en tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het overige, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij [naam 5] / [bedrijf 5] B.V.;
- niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij [naam 6] / [bedrijf 6] B.V.;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam 7] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
achttien (18) MAANDEN;
twaalf (12) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee (2) jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;