ECLI:NL:RBDHA:2024:14009
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 juli 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.27053) is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Bulgarije verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.