ECLI:NL:RBDHA:2024:13971

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
NL24.28577
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 HandvestArt. 17 DublinverordeningArt. 8:57 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland

De rechtbank Den Haag heeft op 27 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister had het verzoek afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.

Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij eerder in Duitsland een asielverzoek had gedaan dat was afgewezen en hij bang is voor discriminatie en racisme bij terugkeer. Ook stelde hij dat de minister zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening alsnog inhoudelijk had moeten behandelen vanwege bijzondere individuele omstandigheden.

De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat het Duitse asiel- en opvangsysteem ernstige tekortkomingen vertoont die een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. De enkele afwijzing van een eerdere aanvraag en de vage verwijzingen naar discriminatie zijn onvoldoende. Ook is niet gebleken dat eiser de Duitse autoriteiten hierover heeft benaderd. Daarnaast is het verzoek op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro niet geslaagd, omdat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden heeft aangetoond die een overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Duitsland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28577

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. R. Akkaya),
en
de minister van Asiel en Migratie [1]

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 16 juli 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [3] In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek op 2 mei 2024 aanvaard.
Mag de minister voor Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
5. Eiser stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Duitsland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser heeft al eerder een verzoek om internationale bescherming in Duitsland ingediend dat is afgewezen en gelooft er niet in de Duitse autoriteiten zijn herhaalde aanvraag deugdelijk zullen behandelen. Verder voert eiser aan dat hij in Duitsland te maken heeft gehad met discriminatie en racisme en dat hij bang is dat dit bij terugkeer weer gaat gebeuren. Eiser stelt dat hij daar geen bescherming van de Duitse autoriteiten kan krijgen. Eiser is dan ook van mening dat hij bij terugkeer in een situatie dreigt te komen die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM.
5.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister mag ten aanzien van Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken indien eiser aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Duitsland dusdanige tekortkomingen vertoont dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM dan wel artikel 4 van Pro het Handvest. Eiser heeft niet geconcretiseerd en onderbouwd welke ernstige tekortkomingen het Duitse opvang- en asielsysteem kent. De enkele omstandigheid dat zijn eerdere asielverzoek is afgewezen is daartoe onvoldoende. Eiser heeft aangevoerd dat hij te maken heeft gehad met discriminatie en racisme in Duitsland en dat hij bang is om bij overdracht in een situatie terecht te komen zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM, maar onderbouwt dit betoog verder niet. De gestelde ervaringen met discriminatie en racisme in Duitsland kan eiser naar voren brengen bij de autoriteiten van Duitsland. Het is niet gebleken dat eiser dit heeft gedaan in de tijd dat hij in Duitsland was of dat hij dat niet kan doen in de toekomst. Daarnaast heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor zelf verklaard dat hij geen bezwaren heeft tegen zijn overdracht aan Duitsland. [4]
Had de minister het asielverzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich moeten trekken?
6. Eiser stelt dat hij niet over kan worden gedragen aan Duitsland vanwege zijn veiligheid. Hij verzoekt de minister om zijn asielaanvraag alsnog inhoudelijk te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
6.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister trekt een asielaanvraag onverplicht aan zich als bijzondere individuele omstandigheden maken dat de overdracht aan de andere lidstaat van onevenredige hardheid getuigt. [5] Met de verwijzing naar het afwijzen van zijn asielaanvraag en de gestelde discriminatie en racisme in Duitsland heeft eiser echter geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en mag worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
2.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
4.Aanmeldgehoor, pagina 6.
5.Dat staat in artikel 17 van Pro de Dublinverordening, nader ingevuld in paragraaf C2/5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.