Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Gronden van de maatregel van bewaring
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was inmiddels opgeheven vanwege uitzetting van eiser naar Roemenië. De beoordeling richtte zich daarom op de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding.
Eiser stelde dat de minister niet voldeed aan de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit, omdat hij niet schriftelijk en in een taal die hij verstaat op de hoogte was gesteld van de gronden van de bewaring. Ook betoogde hij dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was. De rechtbank constateerde dat de informatieplicht niet volledig was nageleefd, maar oordeelde dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid omdat eiser weigerde mee te werken aan het gehoor en daardoor zelf niet op de hoogte was van de gronden.
Verder achtte de rechtbank het gebruik van handboeien rechtmatig, gezien het recalcitrante gedrag van eiser. De minister had voldoende voortvarend gehandeld bij de uitzetting, ondanks het feit dat eiser meende dat dit sneller kon. De gronden voor de bewaring werden niet betwist en waren volgens de rechtbank terecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.