Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser 1] te [woonplaats] ,
[eiser 2]te [woonplaats] ,
1.[gedaagde 1] te [woonplaats] ,
[gedaagde 2]te [woonplaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 december 2023, met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord van 14 februari 2024, met producties 1 tot en met 3;
- de akte vermeerdering eis tevens overlegging producties van 14 juni 2024;
- de brief van 20 juni 2024 met productie 4 van de zijde van [gedaagden] c.s.
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagden] c.s. hoofdelijk veroordelen tot betaling van € 312.500,- en daarnaast een bedrag van € 241.054,25 aan aanvullende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de derde dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van volledige betaling;
- [gedaagden] c.s. hoofdelijk veroordelen in de kosten van het geding, waaronder de kosten van beslaglegging en het griffierecht voor het leggen van conservatoir beslag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de derde dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van volledige betaling.
4.De beoordeling
- rentekosten en overbruggingskrediet (€ 193.964,65);
- kosten elektra/Vattenfall (€ 22.479,-);
- advocaatkosten (€ 15.000,-).