Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2]
Rechtbank Den Haag
In vijf afzonderlijke besluiten van 2 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen omdat Tsjechië daarvoor verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening om niet uit Nederland verwijderd te worden voordat op de beroepen is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekers om bij de behandeling van de beroepen aanwezig te zijn zwaarder weegt dan het belang van de minister om hen vooraf over te dragen. De beroepen zijn gepland op 10 oktober 2024, en de uiterste overdrachtstermijn loopt op 17 oktober 2024 af. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarmee de bestreden besluiten geschorst werden.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €875 aan verzoekers. De uitspraak werd buiten zitting gedaan op 30 augustus 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De voorlopige voorzieningen worden toegewezen waardoor verzoekers niet uit Nederland worden verwijderd tot de behandeling van hun beroepen.