ECLI:NL:RBDHA:2024:13864

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.20547
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens toewijzing beroep

Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de verantwoordelijkheid van België. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De rechtbank heeft het beroep naar de meervoudige kamer verwezen, die inmiddels op 21 augustus 2024 uitspraak heeft gedaan. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 875,-, wegens de gemaakte kosten in verband met het verzoek om voorlopige voorziening. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F.A. Groeneveld en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.20547

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.M. Straver),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verweerder
(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

Procesverloop

Bij besluit van 13 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL24.20546). Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroep bij brief van 12 juni 2024 verwezen naar de meervoudige
kamer.
De voorzieningenrechter(/meervoudige kamer) van de rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, tezamen met het beroep, op 26 juni 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Aan het einde van de zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek in de voorlopige voorzieningenprocedure gesloten.

Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.20546, heeft de meervoudige kamer van de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om verweerder te veroordelen in proceskosten die verzoeker in verband met zijn verzoek om een voorlopige voorziening heeft gemaakt. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.