ECLI:NL:RBDHA:2024:13780

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2024
Publicatiedatum
29 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.22683
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 VreemdelingenwetArt. 30 Vreemdelingenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 16 januari 2023 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend. Op 24 maart 2023 is hem medegedeeld dat hij in de nationale procedure is opgenomen, waarmee de beslistermijn van 15 maanden aanving. Op 8 mei 2024 stelde eiser de minister in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 30 mei 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.

De rechtbank overweegt dat de termijn van 15 maanden eindigt op 24 juni 2024. De ingebrekestelling van 8 mei 2024 is daarmee prematuur, waardoor het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gevolg is dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 29 augustus 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22683

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser,

(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en

Veiligheid, de minister.

Procesverloop

Eiser heeft op 16 januari 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Op 24 maart 2023 is eiser medegedeeld dat hij is opgenomen in de nationale procedure.
Bij brief van 8 mei 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig
beslissen op zijn asielaanvraag.
Op 30 mei 2024 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat voor de toepassing van
wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met
een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald, dat
een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend
zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn
verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4.
Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de
minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Op grond van artikel
42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid,
met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen
tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure
binnen de termijn van zes maanden af te ronden. Artikel 42, zesde lid, van de Vw 2000
bepaalt dat in die gevallen waarin de minister onderzoekt of de aanvraag op grond van
artikel 30 van Pro de Vw 2000 niet in behandeling moet worden genomen, de beslistermijn
aanvangt op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening is vastgesteld dat
Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
5. Aan eiser is op 24 maart 2023 medegedeeld dat hij in de nationale procedure is
opgenomen. De beslistermijn vangt in het geval van eiser derhalve aan op 24 maart 2023.
6. De termijn van 15 maanden om op de asielaanvraag van eiser te beslissen, die blijkens het beroepschrift door eiser niet wordt bestreden, eindigt derhalve op 24 juni 2024. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 8 mei 2024 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
7. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.