Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag van 5 juli 2023 om haar afhankelijke asielvergunning niet in te trekken. De minister besloot op 8 maart 2024 de verblijfsvergunning niet in te trekken. Verzoekster trok het beroep in maar vroeg tegelijkertijd vergoeding van proceskosten. Later handhaafde zij het beroep en verzocht om gegrondverklaring en vaststelling van een bestuurlijke dwangsom.
De rechtbank overweegt dat intrekking van het beroep niet ongedaan kan worden gemaakt zonder duidelijke uitleg of kennelijke verschrijving. De aanvraag van verzoekster op 5 juli 2023 kan niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Tevens bevat de Vreemdelingenwet geen beslistermijn voor dit verzoek, zodat artikel 4:13 Awb Pro geldt: binnen een redelijke termijn beslissen.
Omdat de datum van de aanvraag niet vaststaat, kan niet worden vastgesteld of de minister niet tijdig heeft beslist. De ingebrekestelling is daarom niet rechtsgeldig. De rechtbank concludeert dat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Verzoek tot proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen op aanvraag afhankelijke asielvergunning wordt afgewezen.