Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
De minister stelde dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren, onderbouwd met eerdere veroordelingen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats. De rechtbank oordeelde dat eiser valt onder de categorie vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf en dat de minister de gronden voldoende heeft gemotiveerd, hoewel enkele lichte gronden onvoldoende waren toegelicht.
Eiser voerde aan dat een lichter middel passend was vanwege zijn verblijf bij stichting INLIA en contact met IOM, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om de bewaring te matigen. De minister had voldoende voortvarendheid getoond in de uitzettingsprocedure, met een geplande uitreis op 2 oktober 2024.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.