Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die stelt staatloos te zijn, kreeg op 12 juli 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 lid 1 Vreemdelingenwet Pro 2000. De minister motiveerde de maatregel met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. De minister liet ter zitting enkele zware gronden vallen, maar handhaafde de overige gronden en motiveerde waarom een lichter middel niet toereikend was.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en dat er een geldig terugkeerbesluit bestaat, dat op 10 januari 2023 is aangevuld met de verplichting tot terugkeer naar Jordanië. De rechtbank stelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de maatregel van bewaring noodzakelijk was vanwege het risico op onttrekking aan toezicht. Tevens is vastgesteld dat de minister voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting en dat er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Eiser voerde aan dat onduidelijk is of hij tot Jordanië zal worden toegelaten, maar de rechtbank ziet geen aanwijzingen dat toegang tot Jordanië zou worden geweigerd. De maatregel van bewaring is op 19 juli 2024 opgeheven omdat eiser is uitgezet. De rechtbank toetst ambtshalve of de maatregel onrechtmatig was en concludeert dat dit niet het geval is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.