Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Djiboutiaanse nationaliteit, werd op 11 juli 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege risico op onttrekking aan toezicht en het ontbreken van rechtmatig verblijf. De minister legde tevens een terugkeerbesluit met inreisverbod op. De maatregel werd op 19 juli 2024 opgeheven nadat bleek dat eiser een EU/EER-onderdaan is.
Eiser voerde aan dat er een gebrek was in het recht op rechtsbijstand tijdens het voortraject, omdat de piketadvocaat niet tijdig werd ingeschakeld. De rechtbank oordeelde dat eiser aanvankelijk aangaf geen behoefte te hebben aan bijstand tijdens het verhoor en dat de gemachtigde op voorhand telefonisch was geïnformeerd. Er was geen sprake van een schending van het recht op rechtsbijstand.
De rechtbank vond de motivering van de minister voor de bewaring voldoende, waaronder het risico op onttrekking en het ontbreken van een lichter middel. De voortvarendheid van de minister in het streven naar uitzetting werd bevestigd. Ambtshalve toetsing leidde tot de conclusie dat de bewaring tot aan de opheffing niet onrechtmatig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.