ECLI:NL:RBDHA:2024:13507
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiseres, afkomstig uit Syrië, is op 4 augustus 2024 aan de grens te kennen gegeven dat zij asiel wenste aan te vragen en is op diezelfde dag in de grensprocedure opgenomen. Tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 heeft zij beroep ingesteld, tevens met een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat de maatregel in beginsel wordt opgelegd aan vreemdelingen die aan de buitengrens asiel aanvragen en dat de grensprocedure niet automatisch mag worden toegepast zonder individuele toetsing. Hoewel eiseres aanvoert dat de bewaring te lang heeft geduurd en dat haar echtgenoot vanwege medische klachten kwetsbaar is, is niet aannemelijk gemaakt dat de detentie voor haar onevenredig bezwarend is.
De rechtbank stelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door binnen de termijn van 28 dagen een beslissing te kunnen nemen, ondanks dat het nader gehoor nog niet heeft plaatsgevonden. Er is geen strijd met noodzakelijkheid, proportionaliteit, artikel 6 van Pro het Handvest of artikel 8 van Pro de Opvangrichtlijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.