Uitspraak
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 9 augustus 2024
[eiser] ,
[gedaagde sub 1] , TEVENS HANDELEND ONDER DE NAAM [handelsnaam],
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vordert eiser ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagden vanwege een huurachterstand van €25.500,00 tot en met februari 2024, betaling van achterstallige huur, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten, en een contractuele boete van €19.750,00. Gedaagden erkennen de achterstand maar beroepen zich op financiële problemen door corona, inflatie en oorlog, en wijzen op de aanwezigheid van minderjarige kinderen in de woning.
De kantonrechter oordeelt dat de omvang van de huurachterstand voldoende is voor ontbinding, ondanks de persoonlijke omstandigheden van gedaagden. De aanwezigheid van minderjarige kinderen leidt tot een ruimere ontruimingstermijn tot 1 december 2024. De contractuele boete wordt afgewezen als oneerlijk, omdat deze disproportioneel hoog is en onbeperkt kan oplopen, in strijd met Richtlijn 93/13.
Verder wijst de kantonrechter de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af omdat eiser geen veertiendagenbrief heeft gestuurd. De overige vorderingen, waaronder betaling van huurachterstand, wettelijke rente en beslagkosten, worden toegewezen. Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en kosten, terwijl de contractuele boete en incassokosten worden afgewezen.