ECLI:NL:RBDHA:2024:13435
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoekster heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf als familie- of gezinslid laten afwijzen door de minister van Asiel en Migratie. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om haar uitzetting te voorkomen.
De minister verzette zich niet tegen het verzoek om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter oordeelde dat uitzetting achterwege moet blijven tot vier weken na de beslissing op het bezwaar, mede gelet op de belangen van verzoekster en de termijn voor het indienen van beroep.
Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 875,-. De uitspraak is zonder zitting gedaan en in het openbaar bekendgemaakt op 25 juli 2024.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.