ECLI:NL:RBDHA:2024:13419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag atheïst uit Turkije wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging
Eiser, geboren in 1983 en van Turkse nationaliteit, vroeg op 10 september 2022 asiel aan in Nederland. Hij baseerde zijn aanvraag op zijn atheïstische overtuiging, die volgens hem leidde tot ernstige discriminatie en mishandeling in Turkije, zowel in zijn geboorteplaats als in Istanbul.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat eiser gegronde vrees had voor vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt vast dat hoewel eiser discriminatie ervaart, dit niet leidt tot een onhoudbare situatie die vervolging rechtvaardigt.
De rechtbank overweegt dat eiser toegang heeft tot maatschappelijke voorzieningen en dat het wisselen van werkgevers onvoldoende is om vervolging aan te nemen. Ook is niet aannemelijk dat de ex-collega en diens familie nog een bedreiging vormen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van gegronde vrees voor vervolging.