ECLI:NL:RBDHA:2024:13417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om terugname door Nederland aan Duitsland tijdig is gedaan, binnen de maximale termijn van drie maanden, omdat de claim niet op Eurodac-gegevens was gebaseerd maar op informatie van Oostenrijkse autoriteiten. Eiser stelde dat de termijn was overschreden en dat Eurodac-gegevens niet volledig waren geraadpleegd, maar de rechtbank verwierp deze argumenten.
Verder heeft de rechtbank geen zelfstandige beroepsgrond gevonden in de persoonlijke omstandigheden die eiser in zijn zienswijze aanvoerde. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de staatssecretaris in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.