ECLI:NL:RBDHA:2024:13412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Guinese vreemdeling wegens onvoldoende medische onderbouwing en belangenafweging privéleven
Eiser, een Guinese nationaliteitdragende vreemdeling, diende in augustus 2022 een asielaanvraag in na een verblijf van vier jaar in Guinee. De minister wees deze aanvraag in juni 2024 af als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat hij vanwege psychische problematiek niet adequaat kon verklaren en dat een Forensisch Medisch Onderzoek (FMO) had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen aanleiding zag voor een FMO, mede omdat het Medifirst-advies positief was en eiser geen actuele medische stukken overlegde.
Daarnaast stelde eiser dat de minister ten onrechte aannam dat zijn terugkeer naar Guinee vrijwillig was en dat zijn privéleven in Nederland zwaarder moest wegen in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom hij vier jaar in Guinee verbleef en dat zijn banden met Nederland niet bijzonder genoeg waren om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de minister een juiste belangenafweging had gemaakt en dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.