ECLI:NL:RBDHA:2024:13409

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
22 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.19699
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 mei 2024 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublin-verordening.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 11 juni 2024 behandeld.

De voorzieningenrechter overweegt dat omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in het beroep, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op dezelfde dag is behandeld en beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.19699
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Kalu-Mollema), en
de minister van Asiel en Migratie (dan wel diens rechtsvoorganger), (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 6 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.19698, op 11 juni 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J. Alkinani. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.19698, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 juli 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.