ECLI:NL:RBDHA:2024:13341
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar geen WIA-uitkering toe te kennen vanaf 12 september 2022. Dit besluit was gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige die concludeerden dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiseres voerde aan dat haar Long-COVID en depressieve klachten onvoldoende in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren meegenomen en dat zij lichamelijk en psychisch meer beperkingen ervaart. Zij stelde dat de verzekeringsarts ten onrechte geen lichamelijk onderzoek had verricht tijdens de bezwaarprocedure en verzocht om benoeming van een deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het primaire lichamelijk onderzoek door de verzekeringsarts op 27 oktober 2022 adequaat was en dat de verzekeringsarts tijdens de bezwaarprocedure de psychische en fysieke klachten zorgvuldig had betrokken. Er was geen medische onderbouwing voor het aannemen van zwaardere beperkingen dan in de FML vermeld. Ook was er geen reden om een deskundige te benoemen, omdat eiseres geen nieuwe stukken had overgelegd die twijfel zaaiden over het oordeel van de verzekeringsarts.
De rechtbank concludeerde dat de geduide functies binnen de belastbaarheid van eiseres passen en dat het besluit van het UWV terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.