ECLI:NL:RBDHA:2024:13210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming hulphond met verzekeringsvoorwaarde gegrond verklaard
Eiser, die tijdens zijn militaire diensttijd een psychische aandoening opliep, vroeg een financiële tegemoetkoming aan voor de verzorging van zijn hulphond. Aanvankelijk werd de aanvraag afgewezen omdat de hond niet via erkende stichtingen was verkregen. Tijdens de beroepsprocedure werd alsnog een tegemoetkoming toegekend, onder de voorwaarde dat eiser een ziektekostenverzekering voor de hond afsluit.
Eiser voerde aan dat deze verzekeringsplicht niet gebaseerd is op de geldende regelgeving en dat hij vrij moet zijn in de wijze waarop hij de zorgkosten van zijn hond dekt. Ook stelde hij dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar en dat de afwijzing in strijd was met het motiverings- en rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het latere besluit het eerdere vervangt en dat het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk is. De verzekeringsvoorwaarde wordt als redelijk en passend beschouwd binnen de beleidsruimte van verweerder, omdat deze strookt met het doel van de voorziening om zorgkosten te dekken. Er is geen reden voor proceskostenvergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard voor zover het gericht is tegen het latere besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzekeringsvoorwaarde bij de tegemoetkoming voor de hulphond wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit niet-ontvankelijk.