ECLI:NL:RBDHA:2024:13152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Moldavië wegens onvoldoende bewijs vervolging Roma etniciteit
Eiser, van Moldavische nationaliteit en behorend tot de Roma-gemeenschap, diende op 15 maart 2023 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege een niet-afgeloste geldlening bij een criminele Moldavische partij en zijn Roma etniciteit bedreigd werd. De Minister wees de aanvraag op 3 mei 2024 af als ongegrond.
De rechtbank behandelde het beroep op 25 juni 2024, waarbij eiser en zijn echtgenote niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de geldlening en criminele bedreigingen ongeloofwaardig waren en dat het causale verband tussen de problemen en de Roma etniciteit onvoldoende was aangetoond.
Hoewel de rechtbank aannam dat eiser discriminatie vanwege zijn Roma achtergrond ondervond, concludeerde zij dat dit niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming. Ook werd de samenwerkingsplicht niet geschonden door het ontbreken van aanvullend onderzoek naar brandwonden van het kind.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.