Uitspraak
1.De procedure
2.De zaak in het kort
4.Wat wil [eiser] ?
5.Wat vindt de kantonrechter?
€ 135,00(plus de kosten van betekening
Rechtbank Den Haag
In deze zaak staat de vraag centraal of de tenuitvoerlegging van een vonnis tot ontruiming van een huurwoning moet worden geschorst. Eiser huurde een woning van Stichting Stedelink en had meerdere malen huurachterstanden, wat leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.
Eiser vorderde onder meer de schorsing van de ontruiming en betaling van een geldsom, maar werd niet-ontvankelijk verklaard in de geldvorderingen en zijn verzoek tot schorsing werd afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat het executiegeschil niet bedoeld is om het inhoudelijke debat te heropenen en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die schorsing rechtvaardigen.
Hoewel de woning een bijzondere betekenis heeft voor eiser en de Papoea-gemeenschap, weegt dit niet zwaarder dan het belang van Stedelink bij de uitvoering van het vonnis. De stelling van eiser dat ontruiming tot een noodtoestand leidt, werd onvoldoende onderbouwd. De proceskosten werden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek tot schorsing van de ontruiming af en veroordeelt eiser in de proceskosten.