ECLI:NL:RBDHA:2024:13027

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2024
Publicatiedatum
16 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.21447
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.

De rechtbank oordeelt dat eiser in het beroepschrift geen concrete gronden heeft vermeld waarom het terugkeerbesluit in strijd zou zijn met het recht. Tevens heeft eiser geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd, ondanks een schriftelijke oproep om dit binnen vier weken te herstellen. Eiser heeft niet tijdig de gevraagde informatie aangeleverd en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.

Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt beoordeeld en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier S. Mohandes op 13 augustus 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete beroepsgronden en het niet overleggen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.21447

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J. van Bennekom)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Bij besluit van 19 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en tegen eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: aangeven op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Ook moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijgevoegd worden. [2] Wanneer dit niet wordt gedaan, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [3]
Heeft eiser tijdig de gronden vermeld en een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
3. Eiser heeft in het beroepschrift onder het kopje ‘gronden’ enkel vermeld dat het terugkeerbesluit in strijd is met het recht. De rechtbank is van oordeel dat dit geen beroepsgrond is, omdat niet duidelijk wordt gemaakt waarom het terugkeerbesluit in strijd zou zijn met het recht. Daarnaast heeft eiser geen kopie van het bestreden besluit overgelegd. De rechtbank heeft eiser in haar brief van 21 mei 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Eiser heeft de gronden dus niet tijdig vermeld. Ook heeft eiser binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden en het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
4. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift geen concrete beroepsgrond bevat en dat eiser binnen de daarvoor gestelde termijn geen gronden van het beroep of een kopie van het bestreden besluit heeft ingediend. Eiser heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging hiervoor gebleken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 13 augustus 2024, door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend
binnen zes wekenna de dag waarom deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
3.Artikel 6:6 van Pro de Awb.