Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 10 juli 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte onder meer de rechtsgrondslag van zijn detentie, het gebruik van een tolk op onvoldoende niveau, schending van de informatieplicht en het opleggen van een zwaardere maatregel dan noodzakelijk.
De rechtbank oordeelt dat eiser eerst op strafrechtelijke titel was gedetineerd en daarna op vreemdelingenrechtelijke titel, waardoor geen sprake is van dubbele titel. Het gebruik van een tolk op B2-niveau is voldoende en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij daardoor is geschaad. Hoewel de minister niet volledig voldeed aan de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit, weegt dit niet zwaarder dan het belang van de bewaring.
De rechtbank stelt vast dat de minister voldoende zwaarwegende gronden heeft aangevoerd voor de bewaring, waaronder het risico op onttrekking en de Dublinoverdracht. Het verzoek om een lichter middel wordt afgewezen, mede omdat eiser geen geld of documenten heeft om zelfstandig te reizen. Ook is de voortvarendheid van de minister bij de overdracht naar Spanje voldoende gebleken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.