ECLI:NL:RBDHA:2024:1298
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke verblijfszaak
Verzoekster, een gemeenschapsonderdaan, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 31 oktober 2022 vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf heeft. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar, dat bij besluit van 24 mei 2023 ongegrond werd verklaard. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 18 augustus 2023 samen met een gerelateerde zaak (NL23.18051). Tijdens de zitting waren de gemachtigden van beide partijen aanwezig, maar verzoekster zelf verscheen niet. Op de datum van de uitspraak heeft de rechtbank in de hoofdzaak (NL23.18051) uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier M.C. Drenten - Boon en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.