ECLI:NL:RBDHA:2024:12894
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag LHBTI-vrouw uit Uganda wegens onvoldoende motivering
Eiseres, een vrouw van Ugandese nationaliteit, diende op 1 juni 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel op grond van haar seksuele geaardheid (LHBTI). De minister wees deze aanvraag op 10 juni 2024 af als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 23 juli 2024, waarbij eiseres niet fysiek aanwezig was door een vergissing, maar wel schriftelijk kon reageren.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van eiseres' seksuele geaardheid en de problemen die zij vanwege die geaardheid in Uganda ondervindt. De minister achtte haar identiteit geloofwaardig, maar twijfelde aan haar zelfacceptatieproces en aan de consistentie van haar relaas over relaties en kennis van LHBTI-organisaties in Nederland. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het proces van zelfacceptatie niet geloofwaardig zou zijn en dat het tegenwerpen van gebrek aan kennis van LHBTI-organisaties onterecht was.
Verder constateerde de rechtbank dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met het thema van discriminatie en vervolging in Uganda. Door deze motiveringsgebreken werd het besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan connexiteit. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van €2.625 aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.