Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant], opposant
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 8 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak waarin zijn beroep op niet-ontvankelijkheid werd verklaard. Het oorspronkelijke beroep betrof het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag, maar werd door de rechtbank afgewezen omdat de beslistermijn volgens de WBV 2023/3 nog niet was verstreken, waardoor het beroep te vroeg was ingediend.
Opposant stelde in het verzet dat er sprake was van divergerende jurisprudentie en verwees naar prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verlenging van de beslistermijn in asielzaken. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten reeds in de eerdere uitspraak waren betrokken en dat het bestaan van divergerende rechtspraak geen reden is om het kennelijke oordeel te betwijfelen. Tevens is het Hof van Justitie nog niet tot beantwoording van de prejudiciële vragen gekomen, waardoor het verzet geen ander resultaat zou opleveren.
De rechtbank verklaarde het verzet daarom ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting, conform artikel 8:55, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of nieuw verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.