Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse nationaliteit dragende persoon, werd op 29 juli 2024 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een rechtmatige verblijfsstatus in Nederland. Ondanks dat in een vertrouwelijk mutatierapport werd vermeld dat eiser rechtmatig verblijf had, stelde de minister van Asiel en Migratie vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en dat hij Nederland binnen een maand moest verlaten. Eiser heeft Nederland niet verlaten en ook niet voldaan aan zijn meldplicht, waardoor hij zich aan het toezicht heeft onttrokken.
De maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet, waarbij verweerder zware gronden aanvoerde zoals het onttrekken aan toezicht en het niet opvolgen van een vertrekplicht. Eiser betwistte deze gronden, maar de rechtbank oordeelde dat de gronden feitelijk juist zijn en dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft.
De rechtbank overwoog dat een lichter middel niet doeltreffend zou zijn om het risico op onttrekking aan het toezicht te voorkomen. Ook waren er geen persoonlijke omstandigheden die een minder ingrijpende maatregel rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.