Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , verzoekster,
[naam] ,
[naam] ,
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 15 augustus 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een besluit stelde zij op 1 november 2023 beroep in, dat op 14 december 2023 gegrond werd verklaard met een beslistermijn van zestien weken opgelegd aan de minister.
Op 24 april 2024 stelde verzoekster opnieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De minister besloot op 13 mei 2024 de aanvraag alsnog toe te wijzen, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vroeg.
De rechtbank oordeelt dat het tweede beroep niet-ontvankelijk is omdat het werd ingesteld voordat de maximale dwangsom van €7.500 was bereikt. Hierdoor is er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster is vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 augustus 2024 door rechter A.G.D. Overmars.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het tweede beroep niet-ontvankelijk was.