De verhuurders hebben de huurovereenkomst met de huurder opgezegd vanwege slecht huurderschap en het weigeren van een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst. Het geschil draait om de aanpassing van het gehuurde, dat bestuursrechtelijk moet voldoen aan een vergunning die de splitsing van de woning regelt, waardoor de zelfstandige woonruimte van de huurder wijzigt in een onzelfstandige woonruimte met een gedeeld toilet.
De kantonrechter oordeelt dat de opzeggingsgrond slecht huurderschap niet standhoudt, omdat het niet meewerken aan de aanpassing niet automatisch slecht huurderschap is. Het aanbod van de verhuurder tot een nieuwe huurovereenkomst met een vergoeding van € 3.000,- voor het delen van het toilet wordt als redelijk beschouwd. De huurder krijgt een maand de tijd om dit aanbod te accepteren.
Indien de huurder het aanbod niet accepteert, wordt de huurovereenkomst ontbonden per 1 oktober 2024 en wordt hij veroordeeld tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.