ECLI:NL:RBDHA:2024:12495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Het bijzondere openbaarmakingsregime van de Wet Woz prevaleert boven de Wet open overheid
Eiser verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om documenten over de vastgestelde waarde van een pand aan een bepaald adres. Verweerder, de directeur Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, wees dit verzoek deels af met het argument dat de Wet waardering onroerende zaken (Wet Woz) een specifiek en voorranghebbend openbaarmakingsregime kent.
De rechtbank behandelde het beroep van eiser tegen deze afwijzing en stelde vast dat hoewel de Wet Woz niet expliciet in de bijlage bij de Woo staat, de wetgever heeft beoogd dat het bijzondere regime van de Wet Woz voorrang heeft boven de Woo. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het Woo-verzoek terecht heeft afgewezen omdat het bijzondere regime van de Wet Woz als uitputtend openbaarmakingsregime geldt. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard, en hij kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het Woo-verzoek blijft afgewezen.