Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
.De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij op 12
Rechtbank Den Haag
Eiser diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank oordeelde dat eiser eerst een ingebrekestelling moest sturen waarin het bestuursorgaan werd verzocht binnen twee weken alsnog te beslissen. Deze ingebrekestelling werd echter ingediend voordat de verlengde beslistermijn was verstreken, waardoor deze prematuur was.
Sinds 1 januari 2023 zijn de beslistermijnen voor asielaanvragen verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3. De aanvraag van eiser, ingediend op 21 januari 2023, viel onder deze verlenging, waardoor de beslistermijn eindigde op 21 april 2024. De ingebrekestelling werd echter al op 12 maart 2024 ingediend, dus vóór het verstrijken van de termijn.
De rechtbank concludeerde dat niet was voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen, zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.