ECLI:NL:RBDHA:2024:12423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiseres, van Burkinese nationaliteit en namens haar minderjarige kind, is door de minister een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en niet vrijwillig is vertrokken. De maatregel houdt in dat zij zich moet verblijven in de vrijheidsbeperkende locatie te Emmen, gekozen vanwege haar medische behandeling in het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Eiseres betoogt dat zij niet kan terugkeren naar Ghana of Burkina Faso vanwege haar zwangerschap en HIV-infectie, en dat de maatregel disproportioneel is omdat zij zich dagelijks moet melden terwijl zij regelmatig medische controles ondergaat. De minister stelt dat de maatregel rechtmatig is, dat eiseres geen rechtmatig verblijf heeft, en dat zij geen verzoek tot uitstel van vertrek of aanvraag voor een verblijfsvergunning humanitair niet tijdelijk voor medische behandeling heeft ingediend.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen rechtmatig verblijf heeft en dat de medische omstandigheden voldoende zijn meegewogen bij de oplegging van de maatregel. De locatie Emmen is passend gekozen vanwege de nabijheid van het UMCG. De stelling van eiseres dat zij problemen ondervindt door de meldplicht is onvoldoende onderbouwd. Omdat eiseres geen verzoek tot uitstel van vertrek heeft gedaan, is de maatregel gerechtvaardigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard.