ECLI:NL:RBDHA:2024:1240
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Slowakije
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser voert aan dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hij beroept zich op een rapport van het U.S. Department of State uit 2022 waarin structurele mensenrechtenschendingen in Slowakije worden beschreven, waaronder racisme en slechte behandeling van vluchtelingen, waardoor het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet toegepast zou mogen worden.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd die een nader onderzoek rechtvaardigen. Het rapport biedt geen aanknopingspunten om het interstatelijke vertrouwensbeginsel te doorbreken. Slowakije heeft bovendien garanties gegeven voor correcte behandeling van asielaanvragen. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.