ECLI:NL:RBDHA:2024:12346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor afwijking bestemmingsplan nieuwbouwwoning
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 15 juni 2022 waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een nieuwbouwwoning die afwijkt van het bestemmingsplan. De vergunning houdt onder meer een uitbreiding en verplaatsing van de woning in, met een grotere bouwhoogte en drie woonlagen in plaats van twee.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), omdat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend. Eisers stelden dat hun zienswijze niet was betrokken bij de besluitvorming, dat het bouwplan nadelige gevolgen heeft voor bezonning, uitzicht en privacy, en dat hun woningwaarde zou verminderen.
Hoewel de rechtbank erkende dat de zienswijze aanvankelijk niet was meegenomen, werd dit gebrek gepasseerd omdat verweerder in de procedure alsnog op de bezwaren is ingegaan zonder van standpunt te veranderen. De rechtbank oordeelde dat de nadelige gevolgen voor bezonning en uitzicht niet onevenredig zijn en dat er geen onaanvaardbare aantasting van privacy is. De vrees voor waardevermindering is onvoldoende om het besluit te beïnvloeden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en beperkte proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.