ECLI:NL:RBDHA:2024:12292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Koerdische Turkse nationaliteit wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische afkomst, vroeg asiel aan vanwege vermeende discriminatie, vervolging en bedreiging door Turkse autoriteiten vanwege zijn etniciteit en vermeende banden met de PKK en HDP. Hij stelde onder meer dat hij was lastiggevallen, onterecht was vastgezet en dat zijn oom spoorloos was verdwenen.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de meeste elementen van het relaas, behalve de identiteit. De rechtbank bevestigde deze afwijzing na beoordeling van het dossier en het nader gehoor. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet en consistent had verklaard over zijn vermeende betrokkenheid bij de PKK en HDP, en dat zijn maatschappelijke functioneren in Turkije niet zodanig was beperkt dat sprake was van vervolging.
De rechtbank vond dat de verklaringen over arrestaties en politieke activiteiten vaag en niet overtuigend waren, en dat de wisselende verklaringen over het HDP-lidmaatschap de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook de familieband met een vermoorde oom werd onvoldoende bewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas.