Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 juni 2024 waarbij zijn asielaanvraag in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een andere zaak uitspraak heeft gedaan over het beroep tegen het bestreden besluit, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van procesbelang.