ECLI:NL:RBDHA:2024:12051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
De minister van Asiel en Migratie heeft op 8 mei 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 26 juli 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en overwogen dat de maatregel van bewaring eerder rechtmatig was bevonden tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Voor de beoordeling van het voortduren van de maatregel is daarom alleen de periode na dat moment relevant. Eiser heeft geen concrete gronden aangevoerd tegen het voortduren van de maatregel en is niet ter zitting verschenen om zijn standpunt toe te lichten.
De rechtbank heeft geen aanwijzingen gevonden dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.Y.B. Jansen en openbaar gemaakt op 1 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.